Honkbal en softbal korte speluitleg

Honkbal en softbal in het kort…
honkbal home_softbal_link2

Het honkbalspel wordt gespeeld door twee teams bestaande uit negen spelers, eventueel aangevuld met een aangewezen slagman. Voor honkbal zijn een handschoen, een knuppel (of bat) en een bal nodig. Een wedstrijd bestaat uit negen innings van  ieder twee speelhelften. In de ene speelhelft wordt door het thuisspelende team in het veld verdedigd en door het bezoekende team “aan slag” aangevallen. Het veld heeft 3 honken en een thuisplaat. Als een loper via alle 3 de honken over de thuisplat komt, zonder uit te gaan, is een punt gescoord. Het team met de meeste punten is uiteraard de winnaar.

De halve inning van de aanvallende partij eindigt wanneer sprake is van drie uit, ook wel drie nullen genoemd. Je kunt op verschillende manier een ‘uit’ maken, bijvoorbeeld:
– door een geslagen bal rechtstreeks (zonder de grond te raken) te vangen
– als de slagman 3 gegooide slagballen mist
– als een van de aanvallende spelers wordt uitgetikt terwijl hij niet op een honk staat of
– als een van de aanvallende spelers uitgebrand wordt: de bal is dan eerder ‘op’ het honk dan de loper.
Als de slagman na drie keer slag de bal nog niet goed geslagen heeft heeft is hij uit. Heeft de werper vier keer wijd gegooid, dan mag de slagman vrij naar het eerste honk lopen. Ook als de slagman geraakt wordt door de werper op het lichaam heeft de slagman een vrije loop naar het eerste honk. In de andere speelhelft zijn de rollen omgedraaid.
1559606_643759012361269_7514165572288414650_n

Ieder team moet negen spelers hebben om het spel te spelen. De veld partij staat in het veld en de slag partij zit in de dug-out, waar je een voor een aan slag komt.

Hieronder zie je een plaatje hoe het veld eruit ziet.

De posities zijn:

  • 1 = de pitcher
  • 2 = de catcher
  • 3 = eerste honkvrouw/man
  • 4 = tweede honkvrouw/man
  • 5 = derde honkvrouw/man
  • 6 = korte stop
  • 7 = links veld
  • 8 = mid veld
  • 9 = rechts veld

Op positie 1 staat de pitcher die gooit de bal naar de slagvrouw/man zodat ze kan slaan. De pitcher moet drie slag proberen te maken zodat de slagvrouw/man uit gaat. Om drie slag te maken moet de pitcher in een denkbeeldige rechthoek gooien, dat is van je knieën tot je schouders en de breedte van de thuisplaat. Als de pitcher niet in dat vak gooit krijg je een wijd. Je kan in totaal vier wijd krijgen, als dat zo is mag je vrije loop naar honk 1. Als de pitcher de bal wel wijd gooit maar de slagvrouw/man slaat wel maar raakt de bal niet wordt het ook als slag gerekend.

Als de slagvrouw/man de bal niet slaat komt de bal automatisch terecht bij de catcher, positie 2. Als catcher moer je ook bescherming aan zodat als je de bal toch niet kan vangen je beschermt bent. Je hebt dan een helm met gezicht beschermer, een body protector en legguards.
Theo-Meijer-Sport-Quick-Openingsdag-Bas-Nooij

Eerste honkvrouw/man heeft een belangrijke taak. Als de slagvrouw/man de bal geslagen heeft kun je het makkelijkst een uit maken door de bal naar eerste honkvrouw/man te gooien, als je dan ook eerder bent dan de slagvrouw/man hoef je alleen maar op het honk staan. Er mogen niet 2 loopsters tegelijk op hetzelfde honk staan.

Een overzicht van de uitgebreide spelregels vind je hier.